Onlangs was ik bij een lezing van Dirk de Wachter. Zijn recente boek: ‘de kunst van het ongelukkig zijn’ heb ik met stijgende waardering gelezen. De Wachter schrijft er over dat streven naar geluk als levensdoel een vergissing is. Streven naar zin en betekenis is waar het leven om draait.
Ik zie het zo veel om me heen dat mensen het steeds moeilijker vinden om bij tijd en wijle ongelukkig te zijn; om tegenslag toe te laten en daar een omgang mee vinden. Het leven moet leuk zijn, dat is het adagio. Op de sociale media laten we vooral zien hoe leuk we het hebben, hoe goed het met ons gaat. Niets is wat het lijkt, of wel?

Het raakt me dat Dirk de Wachter juist aandacht vraagt voor het ongelukkig kunnen zijn. Door tegenslag uit de weg te gaan word je op termijn steeds ongelukkiger.

Ik heb de tegenslag meegemaakt. Ik werd getroffen door een ernstige ziekte. Natuurlijk was ook mijn primaire reactie verdriet en boosheid. Ook momenten van het niet willen weten overvielen me. Maar ik kon het ook toelaten. In mijn ongelukkig zijn en in het ervaren van deze tegenslag ben ik gaan ontdekken wat voor mij belangrijk is. Door mijn ziekte ben ik op zoek gegaan naar wat ik wil met mijn leven en kon ik later betekenis vinden in wat mij was overkomen.

Met tegenslag kun je op verschillende manieren omgaan. Je kunt slachtoffer worden en dan krijgt iedereen en alles de schuld daarvan en ben je zielig. Je kunt ook onderzoeken hoe je met die tegenslag kan en wilt omgaan. Het is aan jou.

In de acceptatie van de tegenslag, in feite een gebroken hart, ontstaat er ruimte voor iets nieuws. In de acceptatie van het ongelukkig zijn ontstaat er ruimte voor het geluk.